Unity in diversity met vertrouwen in
eigen kunnen.
Happy Suriname
Jim Lovell, de astronaut van ‘Houston, we’ve had a problem’, op 97-jarige leeftijd overleden
Nieuws 9-8-2025
1928-2025Tientallen miljoenen mensen keken in 1970 op televisie hoe commandant Lovell en zijn bemanning na een mislukte missie veilig op aarde landden. Lovell zou een van de meest iconische personen uit de ruimtevaart worden.
Lovells familie noemt hem vrijdag hun "held" met een "ongekend optimisme".
Foto NASA
Jimmy Lovell, de Amerikaanse astronaut die de Apollo 13 in 1970 na een mislukte missie veilig terug op aarde bracht en daarmee volgens NASA „een potentiële tragedie in een succes omzette”, is op 97-jarige leeftijd overleden. Hij stierf donderdag in zijn woonplaats Lake Forest in de Amerikaanse staat Illinois,melddede Amerikaanse ruimtevaartorganisatie vrijdag.
Lovell was een van NASA’s meest prominente astronauten in een belangrijke periode voor de Amerikaanse ruimtevaart. Hij nam tussen 1965 en 1970 deel aan vier missies: Gemini 7, Gemini 12, Apollo 8 en Apollo 13. Vooral na die laatste missie werd hij wereldberoemd.
‘Houston, we have a problem’
Lovell bevond zich tijdens de missie samen met astronauten Jack Swigert en Fred Haise 320.000 kilometer boven de aarde en ze waren bijna bij de maan aangekomen– het had de derde maanlanding ooit moeten worden– toen een waterstoftank in het ruimtevaartuig ontplofte. „We hoorden een harde knal, de capsule schokte heen en weer en toen was het weer stil”, zei Lovell in een later interview.
Swigert zette een schakelaar om, maar zorgde er daardoor juist voor dat de elektriciteit in het moederschip uitviel en de zuurstofdruk daalde. Hoewel de drie astronauten hierdoor in levensgevaar verkeerden, sprak Lovell koelbloeding de woorden: „Houston, we’ve had a problem”. Die mededeling aan het vluchtleidingscentrum werd in de film Apollo 13 uit 1995 verkeerd gequoot en is nu bekend als: „Houston, we have a problem”.
Noodgedwongen weken de drie astronauten uit naar de kleine maanlander Aquarius, eigenlijk bedoeld voor twee personen. Ze brachten er vier koude dagen in door. Tientallen miljoenen mensen keken op televisie hoe Lovell en de twee andere astronauten met de maanlander uiteindelijk veilig in de Stille Oceaan landden. Het werd een van de meest iconische momenten in de geschiedenis van de ruimtevaart.
Levenslessen
Na de mislukte missie zou Lovell tot zijn eigen spijt nooit meer de kans krijgen om alsnog op de maan te landen. Levenslessen haalde Lovell er wel uit. In een interview met CNN in 2020 zei hij dat „je niet opeens een probleem kunt hebben, en dan gewoon je ogen kunt sluiten en kunt hopen dat er een wonder gebeurt. Het wonder is iets wat je zelf moet uitvoeren, of mensen die je helpen.” ( Alfred: De BSI helpt je SYSTEMATISH . Wel eerst zelf iets "uitvoeren". )
Lovell stopte in 1973 met zijn werkzaamheden bij de NASA. Uiteindelijk ging hij met pensioen in 1991 als directeur van een telecommunicatiebedrijf. De in Cleveland geboren Lovell trouwde in 1952 met zijn vrouw Marilyn, met wie hij vier kinderen zou krijgen.
Zijn familie noemt Lovell in een reactie hun „held” met een „ongekend optimisme”. Volgens NASA is Lovell een belichaming van „de vastberadenheid en het optimisme van zowel vroegere als latere ontdekkingsreizigers”.

‘Oliemiljarden? U denkt toch niet dat ik daar één cent van zie? Dit is Suriname!’
De Surinaamse elite maakt zich op voor miljarden aan olie-inkomsten. Gaan de gewone man en vrouw er ook iets van zien? Op straat heerst het cynisme. ‘Dit land heeft tóch weer dieven in de regering gekozen.’
Boudewijn Geels ( FD ) ( augustus -2025 )
In het kort
Nee, de man die Suriname uit het financiële slop moet trekken, heeft niet het gevoel dat het hele land naar hem kijkt. Annand Jagesar, een gesoigneerde Hindoestaan van 59, zal in veel wijken van Paramaribo ook niet snel worden herkend. Daar hebben de mensen al moeite genoeg om de eindjes aan elkaar te knopen, weet de ceo van Staatsolie Maatschappij Suriname NV.
Macro-economische vergezichten over de oliemiljarden die vanaf 2028 gaan stromen? Geen tijd voor, klinkt het op straat. Te ingewikkeld. En, vooral: ‘Die bereiken het volk toch niet.’ Waar je ook gaat in Suriname, overal hoor je uitsluitend inktzwart cynisme over de bestuurscultuur in het land.
Jagesar begrijpt het maar al te goed. Maar in functie heeft hij ‘geen mening’ over de verrichtingen van individuele politici. En hij zit hier in het hoofdkantoor van Staatsolie, een pand van twee verdiepingen (Paramaribo kent nog nauwelijks hoogbouw) met een lichtgroen dak in de wijk Flora, als bestuursvoorzitter. Dus houdt hij het bij: ‘Ik kijk uit naar wat men de komende jaren gaat doen.’
Staatsolie-ceo Annand Jagesar laat zich in de onderhandelingen niet wegblazen door buitenlandse oliemaatschappijen, zegt hij. ‘Alleen Staatsolie heeft de data van álle velden. Dit is een data game.’ ( Alfred: DATA wordt heel belangrijk )
Foto: Ranu Abhelakh voor het FD
Want er is een nieuwe regering, met de populistische NDP van wijlen Desi Bouterse als grootste partij. De NDP heeft bepaald geen smetteloze reputatie voor wat betreft het voeren van solide financieel beleid. De vorige NDP-minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad (2015-2020), is nog steeds op de vlucht voor justitie. Hij wordt onder meer verdacht van overtreding van de anti-corruptiewet en de bankwet.
Jagesar weet het. Maar Staatsolie wordt geen pinautomaat voor de regering, belooft hij.
Toch heeft hij zorgen. En hij is niet de enige.
‘Dieven in de regering’
Shifraan Muradin, transportondernemer te Paramaribo, is nog steeds woedend. ‘Heeft dit land tóch weer dieven in de regering gekozen. Net nu door al dat oliegeld eerlijkheid belangrijker is dan ooit. En dat is zíjn schuld!’
Hij wijst naar rechts, waar een verkiezingsbord is achtergebleven van de nummer twee van de partij die hij zo verafschuwt: de NDP.
Op dat bord prijkt het grijnzende hoofd van Ashwin Adhin, een veertiger met de swag van de jonge John Travolta. Dat hij tussen 2015 en 2020 vicepresident onder Bouterse was, is al erg genoeg, want wie Bouterse was weet iedereen, zegt Muradin. Maar Adhin is ook Hindoestaan, en heeft bij de parlementsverkiezingen van 25 mei ongetwijfeld ook Hindoestaanse stemmen naar de NDP getrokken. Stemmen die anders ‘gewoon’ naar de Hindoestaanse partij waren gegaan: de VHP van president Chan Santokhi.
En dat terwijl de VHP aan de hand van het Internationaal Monetair Fonds sinds 2020 met succes de staatsfinanciën heeft gesaneerd. Kijk naar het inflatiecijfer, smeekten de VHP’ers tijdens hun campagne: van 65% naar 5,8%. De onder Bouterse geëxplodeerde staatsschuld? Onder controle gebracht.
Muradin, zelf ook Hindoestaan, schudt het hoofd. ‘Toch heeft dit volk weer de NDP de grootste gemaakt. Net nú.’
Net nu de curve van de economische groei voor Surinaamse begrippen iets totaal bizars zal gaan doen.
Nummer 2 op de NDP-kieslijst Ashwin Adhin, een Hindoestaan, was vicepresident onder de spilzieke Desi Bouterse. Tijdens de campagne noemde Adhin de regering-Santokhi ‘een puppet van het IMF’.
De Centrale Markt in Paramaribo, de grootste overdekte markt van het Caribisch gebied, waar Surinamers uit het hele land hun inkopen doen. Sinds 16 juli hebben ze een nieuwe regering. De populistische NDP levert als grootste partij de president: Jennifer Simons.
Onder president Desi Bouterse bouwde Suriname enorme schulden op, vooral bij China. De herstructurering van die schulden, onder strenge begeleiding van het IMF, had de voorbije vijf jaar een grote impact op de bevolking.
Alle Surinamers hebben over de olievondst gehoord, maar voor de meesten is het vooralsnog een abstractie.
Caraïbische vibe
Behalve voor de Surinaamse diaspora ( 370.000 in Nederland ) is Paramaribo ver van het gemiddelde Nederlandse bed: 7500 kilometer. Bij gebrek aan een toeristische attractie als de Machu Picchu of beroemde stranden kiezen de meeste Nederlandse vakantiegangers voor landen als Peru of Brazilië als ze naar Zuid-Amerika gaan. Toch voelt Suriname vijftig jaar na het onafhankelijk worden van Nederland nog heel erg als thuis.
Dat verder werkelijk alles er totaal anders is — de klamme hitte, de kapotte trottoirs, de lome Caraïbische vibe — speelt voor de herkenning een minder grote rol dan het wonderlijke gegeven dat ze zo ver van de Kalverstraat en de Euromast dezelfde taal spreken. Maar zet de Surinamers — er wonen er slechts zo’n 600.000 in Suriname zelf — ‘aan’, en ze zeggen het allemaal: de republiek waar ze zo trots op zijn wordt ongeneeslijk slecht bestuurd. ( Alfred: De Blue Sky Index is the cure )
Nederlanders maken zich er druk over als een nieuw kabinet pas na 299 dagen op het bordes staat (Rutte IV). In Suriname gebeurt juist het tegenovergestelde. Al twee dagen na de verkiezingen van 25 mei hieven zes partijen het glas: zij gingen de nieuwe coalitie vormen.
Optimisme over Surinaamse inflatie(Verwachte) inflatie tot 2030, in %
Bron: IMF
Onder hen de Abop van Ronnie Brunswijk, die in Nederland nog een celstraf van acht jaar moet uitzitten vanwege drugssmokkel. Hij zou aanvankelijk niet meedoen, maar zal hebben beseft dat hij zijn eigen belangen beter kan beschermen als hij dat wel doet. De voormalige rebellenleider, vicepresident onder Santokhi, bezit goudconcessies. De voorbije jaren had zijn Abop alle twee de grondstoffenministeries in handen. Nu heeft Brunswijks partij er nog maar één, maar wel een belangrijke: het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen.
Brunswijk wil ook vooraan zitten als over drie jaar de geldkraan opengaat. Want er is olie gevonden voor de Surinaamse kust. Zo’n 750 miljoen vaten, is de schatting. Het Franse TotalEnergies gaat die vanaf 2028 naar boven halen. Dat zal Suriname over een periode van 22 jaar naar verwachting tussen de $15 mrd en $25 mrd opleveren.
( Alfred: Het is niet verstandig daarop te wachten. Er zijn NU als genoeg kansen ...zie Kans 25->30 )
Dagelijks 220.000 vaten
Lucia van Geuns, energie-expert van The Hague Center for Strategic Studies, schreef er een uitgebreid rapport over, dat zo begint: ‘Het kleinste en minst bevolkte land van Zuid Amerika maakt zich op voor grootschalige ontwikkelingen van offshore olie- en gasreserves. Samen met buurland Guyana maakt het deel uit van een van de meest veelbelovende nieuwe olie- en gasprovincies ter wereld: het Guyana-Suriname-bekken.’
Volgens cijfers van het IMF groeide het bruto binnenlands product van Guyana sinds 2022 met gemiddeld 47% per jaar. Geen enkel ander land kan de Guyanezen dat nazeggen. Ook Suriname wacht een mooie toekomst, maar daarvoor is wel ( een BLUE ) efficiënt en betrouwbaar bestuur nodig, stelt Van Geuns. Ze geeft les op de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo, dus ze weet waarover ze het heeft. ‘Staatsolie is een van de heel weinige instituties in Suriname die goed functioneert. Daar zitten capabele mensen. Mede omdat ze marktconform worden gesalarieerd.’
Suriname kijkt uit naar oliepiekEconomische groei in % bbp, prognose
Suriname
Guyana
Bron: IMF
Die capabele mensen verwachten dat Total vanaf 2028 dagelijks tot 220.000 vaten olie kan winnen uit twee velden in ‘Blok 58’. Het Nederlandse SBM Offshore bouwt op dit moment het benodigde drijvende productie-, opslag- en losplatform.
Vergiftigd meer
Alle Surinamers hebben over de olievondst gehoord, maar voor de meesten is het vooralsnog een abstractie. Neem de inzittenden van een auto in indianendorp Powakka, 55 kilometer ten zuiden van Paramaribo. Hier wonen de oorspronkelijke bewoners van Suriname. Ze hebben een sterke band met de natuur en zijn erg op hun eigen gemeenschap gericht. Hun huizen liggen veelal verscholen in het door de overvloedige regenval weelderige groen.
De man achterin de auto begint onmiddellijk woedend te schreeuwen als de FD-verslaggever zich meldt met wat vragen. De bestuurder maant hem tot kalmte. De bijrijder links naast hem stapt uit en wil wel wat zeggen. ‘Zeker wij arme binnenlandbewoners krijgen straks hoogstens een kruimeltje van dat oliegeld, want dit land heeft oneerlijke leiders. En dan hebben wij indianen nog een uitweg: wij kunnen gaan jagen en vissen. De arme mensen in Paramaribo kunnen dat niet.’ Hij stapt weer in de witte Toyota. De man op de achterbank kijkt nog steeds bloeddorstig.
De Hindoestaanse chauffeur van de verslaggever weet waarom. ‘Jij bent een bakra, een blanke. En de bakra’s hebben eerst slaven, en daarna Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders naar Suriname gehaald. Zo is de inheemse bevolking steeds verder teruggedrongen. De frustratie daarover zit bij sommigen diep.’
Bij de marrons, nakomelingen van naar het bos gevluchte tot slaaf gemaakten, van wie Brunswijk de bekendste is, klinkt het eveneens: dat oliegeld belandt straks in de zakken van de corrupte happy few, ( Alfred: Nee hoor. Naar Happy Suriname ) niet in de marrondorpen rond het Brokopondo-stuwmeer. Hun wordt nooit iets gevraagd.
‘Dat was al zo toen de Nederlanders het meer in de jaren 60 aanlegden, waardoor 5000 marrons werden gedwongen te verhuizen’, vertelt een marron-vrouw. Nu is het meer vergiftigd met kwik en cyanide, chemicaliën die worden gebruikt bij de verwoestende jacht op goud hier in de omgeving. ‘Niet lang geleden zonk er een boot met vaten cyanide’, verzucht de vrouw terwijl de regen met bakken uit de hemel neerdaalt. ‘Mensen werden bedreigd: niet over praten! Want dan raak je de zere plek van Suriname: goud en geld, dus maffia.’
Ook Brunswijk? Ze zwijgt even. Dan, met een treurige glimlach: ‘Dat weet ik niet.’
( BSI van Bokopondo = 4.0 --> Moet naar een 8 zonder iets of iemend de schuld te geven )
Junglecommando
Milieuactivist Erlan Sleur stak in 2007 de restanten van een illegaal goudzoekerskamp van Brunswijk in brand. Gedurfd, want de voormalige leider van het Junglecommando, die tussen 1986 en 1992 een bloedige burgeroorlog uitvocht met het leger van Desi Bouterse, is een geduchte tegenstander. Nu moet Sleur zijn grijze vissershoed vasthouden om niet blootshoofds op de geïmproviseerde dijk te staan die Paramaribo moet beschermen tegen een ander gevaar: de oprukkende Atlantische Oceaan.
Weg naar Zee ( Alfred: BSI=4 ) heet het hier. Wie een beetje verstand heeft, gaat hier niet wonen, want de ‘dijk’ van klei zit vol scheuren. Maar meneer Ganpath woont er al, en wil hier niet weg. Dus neemt hij voor lief dat het zeewater bij springtij zijn huis binnen kan stromen, heeft Sleur gezegd. Meneer Ganpath knikt. Hij vestigt zijn hoop op de ‘echte dijk’ die de overheid hier zegt te willen aanleggen. Want achter Sleur zijn de resten te zien van de mislukte pogingen om het mangrovebos te herstellen dat hier is weggeslagen.
Klimaatverandering zorgt voor meer orkanen, en dus voor woestere golven. De olie die voor de Surinaamse kust zal worden opgepompt, zal aan die klimaatverandering bijdragen. En dat terwijl bijna 90% ( Alfred: Dijken bouwen is essentieel ) van de Surinamers in laaggelegen regio's langs de Atlantische kust woont, waar het risico op overstromingen reëel is. Sleur houdt bovendien zijn hart vast voor een olieramp. ‘Deep sea drilling is technisch uiterst complex.’
En er is meer. Sleur betwijfelt sterk of Suriname en Staatsolie in hun onderhandelingen met buitenlandse partners wel het onderste uit de kan hebben gehaald. ‘Die partners weten dat Suriname financieel met zijn rug tegen de muur staat. Hout, goud, en vroeger ook bauxiet: dit land is enorm rijk aan grondstoffen, maar het grootste deel geven we gewoon weg aan buitenlandse bedrijven — met name Chinezen.’ ( Alfred: Daar wil de World Trade Port wat aan doen door Flash Barter Trading )
Er wonen al sinds 1853 Chinezen in Suriname. Ze werden geronseld als contractarbeiders. Hun nakomelingen bestieren nu bijna alle supermarkten. Bouterse haalde nog veel meer Chinezen binnen. Hij leende als president $540 mln in Peking, en liet de Chinezen wegen aanleggen en gebouwen neerzetten. Zo werd Suriname onderdeel van Xi Jinpings Nieuwe Zijderoute.
Sleur: ‘De buitenlanders – niet alleen Chinezen, ook Westerse bedrijven roven ons land leeg – maken blijkbaar zoveel winst op ons hout, dat ze de boomstammen die ze al dan niet legaal uit onze bossen halen per vrachtauto vervoeren, terwijl transport via het water veel goedkoper is.’
Spaarfonds
Over een milieuramp maakt Staatsolie-ceo Jagesar zich geen zorgen. Total weet wat het doet, en is bovendien goed verzekerd mocht het toch misgaan, bezweert hij. En ja, hij heeft goed onderhandeld. ‘Want anders dan buurland Guyana winnen wij al sinds 1982 olie, op land, in het district Saramacca. Dus we weten hoe het er in de oliewereld aan toegaat.’
De Surinaamse econoom Winston Ramautarsing verwijt hem dat hij de details van de contracten niet wil prijsgeven. Dat zou de suggestie wekken dat hij iets te verbergen heeft. Jagesar zucht geërgerd en draait zich om naar de kaart achter hem. ‘In het blok linksboven is het veel moeilijker om olie te winnen dan in het blok eronder. Daar horen dus andere contracten bij. Er zijn wereldwijd maar zo’n tien bedrijven die dit soort projecten aankunnen, dus die hebben een heel sterke onderhandelingspositie. Maar alleen Staatsolie heeft de data van álle velden. Dit is een data game.’
Nee, Jagesars zorgen zitten ergens anders. ‘Een deel van de olie-inkomsten komt in een spaar- en stabilisatiefonds, waaruit in de toekomst bijvoorbeeld oudedagsvoorzieningen kunnen worden betaald. Dat lijkt onder president Santokhi goed te zijn geregeld in een wet. Maar het nieuwe parlement kan zo’n wet aanpassen — Suriname is daar helaas een beetje kampioen in. De nieuwe regering moet het oliegeld bovendien gebruiken om onze economie te diversifiëren en duurzaam te maken, want olie raakt op.’
De bestuursvoorzitter van Staatsolie — de Staat Suriname heeft zijn contract onlangs met drie jaar verlengd — vouwt zijn handen onder zijn witbebaarde kin en zegt ernstig: ‘Dit zijn geen kleine, maar grote zorgen.’
Een geïmproviseerde dijk van klei moet Weg naar Zee beschermen tegen de oprukkende Atlantische Oceaan. Maar de dijk is niet hoog genoeg en er zitten scheuren in.
Meneer Ganpath vreest de overstromingen, maar hij wil hier niet weg. ‘Waar moet ik naartoe?’ Hij vestigt zijn hoop op de ‘echte dijk’ die de overheid heeft aangekondigd.
Monument in het district Saramacca, waar Staatsolie al sinds 1982 olie op land wint. Op de jaknikker staat: ‘Vertrouwen in eigen kunnen’.
Henck Arron, die als premier een belangrijke rol had bij het onafhankelijkheidsproces van Suriname, houdt een wakend oog op het werkpaleis van de president – nu NDP-leider Jennifer Simons.
Een veersteiger voor de bootjes naar het ‘beloofde olieland’ Guyana. Aan de overkant is alles beter, bromt een wachtende taxichauffeur. En dat gaat ook na 2028 zo blijven, weet hij heel zeker.
Steekpenningen
De Javaanse familie Kurniawati heeft concretere hoofdbrekens: hoeveel is de Surinaamse dollar vandaag waard, en hoe komen we aan medicijnen voor de kinderen? Drie generaties Kurniawati zitten op de veranda van hun zachtgeel geverfde huisje in Mariënburg, aan de oostkant van de Suriname Rivier. Ze kijken uit op de ruïne van de suikerfabriek van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, waar wijlen opa Kurniawati nog heeft gewerkt. Suriname staat vol met dit soort ruïnes.
Het uitzicht is illustratief voor de situatie van de Kurniawati’s. Ze zijn arm, en dat gaat zo blijven, weet de kleinzoon, van rond de dertig. ‘Politici beloven veel, maar er komt nooit iets van terecht. Meneer Santokhi had totaal geen oog voor het lijden van het volk. En hij was net zo corrupt als meneer Bouterse, die tenminste nog wegen en ziekenhuizen liet bouwen (Santokhi wordt in Suriname onder meer nagedragen dat hij meteen na zijn aantreden als president zijn vrouw Mellisa tot commissaris van Staatsolie benoemde, red.). Ook het oliegeld zal in de verkeerde zakken verdwijnen. Dus zal ik moeten blijven hosselen.’
Hij legt zijn situatie graag even uit. ‘Ik verdien omgerekend $250 per maand, veel te weinig om mijn gezin van te kunnen onderhouden. En dan wordt van mij verwacht dat ik geen steekpenningen aanneem? Ik moet wel.’
Wat doet hij voor de kost? ‘Ik ben milieu-inspecteur.’
De raffinaderij van Staatsolie, in het district Wanica. Foto: Ranu Abhelakh voor het FD
Maar er komt geld. Serieus geld. Jagesars voorganger bij Staatsolie, Rudolf Elias, verwacht dat de inkomsten van Suriname de komende vijf tot zeven jaar zullen stijgen van $1,2 mrd per jaar naar $7 mrd à $8 mrd per jaar, uitsluitend door olie en gas. Oma Kurniawati zucht mismoedig. ‘Dat is niet voor ons.’ Haar zoon: ‘Guyana doet het goed, maar Guyana heeft dan ook een echte nationalist als president. Irfaan Ali laat zijn hele volk profiteren van het oliegeld, niet alleen zijn eigen kliek.’
De kleinzoon knikt: ‘De Guyanezen zijn ook echt één volk. Wij Surinamers leven wel met elkaar, maar bij verkiezingen denken de Creolen nog steeds: laten we de Hindoestanen eens een lesje leren — en omgekeerd.’ ( Alfred: Ook hier gaat de BSI verandering in brengen )
Maar ook bij de buren gaat niet alles goed. Zo zijn veel dingen veel duurder geworden. Volgens Jagesar is het grootste probleem de huisvesting. ‘Een huisje in hoofdstad Georgetown dat vroeger $200 per maand aan huur kostte, kost nu $1200. Want expats kunnen dat betalen.’
De kleinzoon van de Kurniawati’s haalt zijn schouders op. ‘Als ik kon, ging ik ook.’
Vierbaanswegen
In het uiterste noordwesten van Suriname, waar de Atlantische Oceaan overgaat in de Corantijn Rivier, steekt een houten pier zo’n 25 meter het water in. Aan de overkant van het water is nog zo’n pier. Misschien zit daar, in het beloofde olieland Guyana, wél een oplettende douanier. Zijn Surinaamse collega aan deze kant speelt met zijn mobiele telefoon en lijkt het verder wel te geloven.
Een taxichauffeur met een pet van de New York Yankees op zijn hoofd wacht op zijn clientèle, die in een klein bootje met hoge snelheid deze kant op stuift. ‘Vroeger hadden wij Surinamers het geld en gingen wij dat in Guyana uitgeven, nu is het omgekeerd’, moppert hij. ‘Alles is daar tegenwoordig beter. Zij hebben mooiere kleren, betere scholen, en wegen die vroeger tweebaans waren, zijn nu vierbaans.’
Nog één keer tekent de FD-verslaggever de oliegeldcurve in de lucht. De taxichauffeur gnuift minachtend. ‘U denkt toch niet dat ik daar één cent van ga zien? Meneer, dit is Suriname!